Internationaal samengevat, week 40: een AI-tutor die slechter scoort, Nederland bouwt een publieke AI-omgeving, Boston en New York kiezen tegengestelde wegen en Anthropic stemt af op het curriculum
basisonderwijssecundair-onderwijshoger-onderwijs vakoverschrijdend onderzoek-en-evidentieprivacy-en-databeschermingtools-en-platformenbeleid-en-regelgevingai-geletterdheid nederlandinternationaal digest-internationaal
Deze week internationaal: een gerandomiseerde studie die een AI-tutor slecht doet scoren, Nederland dat inzet op een publieke AI-omgeving voor scholen, twee Amerikaanse steden met tegengestelde AI-koersen en een techbedrijf dat zijn onderwijstools op een nationaal curriculum afstemt. De feiten staan er telkens met bron bij — de duiding voor Vlaanderen is onze interpretatie.
1. VS: studenten die een AI-tutor aangeboden kregen, haalden lagere cijfers en gebruikten het cursusmateriaal minder. Een gerandomiseerde studie aan de University of Maryland met 2.379 bachelorstudenten en 30 docenten (najaar 2025) vond dat studenten met toegang tot een op GPT-4o gebaseerde “Virtual Study Assistant” in vergelijkbare cursussecties ongeveer vier procentpunten lager eindigden, en hun deelname op het leerplatform sterk zagen dalen (EdTech Innovation Hub, 2 oktober). Slechts ongeveer 15 procent van de studenten gebruikte de tutor effectief; bijna 74 procent van de vragen ging om informatie, uitleg of oplossingen, en minder dan 1 procent vroeg feedback op eigen werk. De meeste docenten lieten de standaardinstelling “directe instructie” staan in plaats van de begeleidende tutormodus. Hoofdauteur Jing Liu benadrukt dat de resultaten niet aantonen dat doelgericht ontworpen AI-tutoring geen nut heeft; de onderzoekers wijzen ook op beperkingen, zoals het gebruik van cursuscijfers in plaats van een onafhankelijke toets.
Wat betekent dit voor Vlaanderen? Vlaamse hogescholen en universiteiten rollen ook AI-assistenten uit binnen hun leerplatformen. Deze studie is een van de weinige gerandomiseerde proeven op die schaal, en de boodschap is ongemakkelijk: een tool aanbieden is niet hetzelfde als leren ondersteunen. Twee lessen zijn direct bruikbaar. Ten eerste doet de standaardinstelling ertoe: als een tool standaard antwoorden geeft, gebruiken studenten hem zo. Ten tweede moet je meten wat een tool vervangt (contact met de docent, oefenen met het cursusmateriaal), niet alleen hoeveel hij gebruikt wordt. Het sluit aan bij de Europese vaststelling van vorige week dat AI prestaties kan verbeteren zonder dat leren vanzelf volgt. Dat het effect groter leek bij eerstegeneratiestudenten, is een signaal voor wie gelijke kansen in het hoger onderwijs bewaakt.
2. Nederland: het kabinet trekt 10,7 miljoen euro uit voor een publieke AI-voorziening, en SURF lanceert in januari 2027 een eigen AI-omgeving. Het Nederlandse kabinet maakt in 2027 10,7 miljoen euro vrij voor een publieke AI-voorziening voor het funderend onderwijs (basis- en voortgezet onderwijs), aangekondigd met Prinsjesdag (Security.NL, 15 september). De voorziening moet scholen toegang geven tot verschillende AI-modellen “met duidelijke afspraken over privacy, veiligheid en gegevens”, zodat ze “minder afhankelijk zijn van één aanbieder”; wat ze precies biedt en wanneer, moet nog worden uitgewerkt (KIEN, 20 september). Voor mbo, hbo en wo kondigt SURF vanaf januari 2027 een eigen AI-infrastructuur aan, met een technische “AI-hub” en de chatapplicatie eduGenAI; instellingen kiezen zelf welke open en commerciële taalmodellen ze beschikbaar stellen (KIEN, 27 september).
Wat betekent dit voor Vlaanderen? We stelden vorige week al de vraag wie in Vlaanderen een gedeelde AI-infrastructuur zou kunnen dragen. Nederland geeft nu een concreet antwoord: publiek geld, een sectororganisatie die de infrastructuur bouwt, en keuzevrijheid in modellen voor de instellingen. In Vlaanderen sluiten scholen en besturen nog grotendeels zelf licenties af bij grote Amerikaanse aanbieders, met de AVG-vragen die daarbij horen. Een gedeelde omgeving zou ook helpen bij de AI Act-verplichting rond AI-geletterdheid, omdat opleiding dan op één omgeving kan worden afgestemd. Of Digisprong-middelen of een samenwerking tussen koepels en hoger onderwijs zo’n rol kan opnemen, is een beleidsvraag die nu op tafel hoort.
3. VS: Boston wil dat elke leerling “AI-geletterd” afstudeert, New York legt AI tot het achtste leerjaar stil. De twee steden kiezen tegengestelde koersen (GovTech/MassLive, 2 oktober). Boston werkt via een publiek-private samenwerking van 1 miljoen dollar met de University of Massachusetts Boston aan een AI-curriculum voor het zevende tot twaalfde leerjaar en startte een groep van 25 “AI educator ambassadors”. New York verbiedt dit schooljaar leerlinggerichte generatieve AI en companion-chatbots van de kleuterklas tot het achtste leerjaar, en schakelt AI uit in 38 bestaande curriculumproducten; middelbare scholieren krijgen wel vijf gescreende AI-programma’s onder toezicht, maximaal 45 minuten per week. MIT-onderzoeker Justin Reich merkt op dat de praktijk in de klas minder zal verschillen dan de retoriek, aangezien ook Boston geen directe AI-interactie aanraadt tot het tweede leerjaar: “Every district in the country is conducting an experiment.”
Wat betekent dit voor Vlaanderen? We volgden New York eerder al; het contrast met Boston maakt duidelijk dat de keuze niet “verbieden of omarmen” is, maar welk leeftijdsniveau welke vorm van AI krijgt. Beide steden sluiten jonge kinderen uit van directe AI-interactie en bouwen AI-geletterdheid op in het secundair. Dat sluit aan bij hoe de Vlaamse eindtermen digitale competenties opbouwen over de graden heen. De oproep van Reich om evaluatie even serieus te nemen als uitrol, is ook voor Vlaamse scholen relevant: wie een AI-beleid invoert, plant beter meteen hoe en wanneer het geëvalueerd wordt.
4. Ghana: Anthropic zegt dat 68.000 leraren Claude-tools voor lesvoorbereiding gebruiken, afgestemd op het nationale curriculum. Op een evenement tijdens de VN-week in New York op 22 september meldde Anthropic dat 68.000 leraren in Ghana toegang hebben tot op Claude gebaseerde tools voor lesvoorbereiding, ontwikkeld met PlayLab en het Ghanese ministerie van Onderwijs (EdTech Innovation Hub, 29 september). Volgens het bedrijf zijn AI-tools in het onderwijs “only useful when they’re aligned with the national curriculum and the local context”. Met de Gates Foundation en IDinsight werkt het eraan om nationale curricula om te zetten in kennisgrafen voor leertools, te beginnen in Nigeria, Rwanda en India. Het bedrijf legde geen gegevens voor over het effect op werkdruk, lesgeven of leerresultaten.
Wat betekent dit voor Vlaanderen? Het principe dat AI-tools moeten aansluiten op het eigen curriculum is voor Vlaanderen bijzonder relevant: algemene chatbots kennen de Vlaamse eindtermen, leerplannen en examenpraktijk slecht. Een Vlaamse variant zou de eindtermen en leerplannen van de koepels als gestructureerde bron beschikbaar maken voor leertools, onder publieke regie. Tegelijk geldt hier dezelfde kanttekening als bij item 1: een grote uitrol is nog geen bewijs van effect. Wie zulke tools inkoopt of aanbevolen krijgt, vraagt dus best naar evaluatiegegevens.
Vorige editie gemist? Je vindt ze hier: Internationaal samengevat, week 39. Het Vlaamse overzicht van deze week staat in Samengevat, week 40.
Volgende week een nieuwe editie. Suggesties voor bronnen die we moeten volgen? Open een issue op GitHub.