Internationaal samengevat, week 38: de EU wil chatbots aan banden voor minderjarigen, Microsoft tekent bindende privacyregels met Amerikaanse leraren en onderzoekers kijken mee in de klas
basisonderwijssecundair-onderwijsbuitengewoon-onderwijs vakoverschrijdend beleid-en-regelgevingprivacy-en-databeschermingtools-en-platformenonderzoek-en-evidentieethiek-en-maatschappij euinternationaal digest-internationaal
Deze week internationaal: Brussel legt met de KIDS Act leeftijdsregels en ontwerpverplichtingen op voor sociale media en AI-chatbots, Microsoft tekent met de Amerikaanse lerarenvakbond een afdwingbare privacystandaard voor AI in scholen, onderzoekers zaten zes maanden naast leerlingen om te zien wat AI-tools echt doen, en ouders van kinderen met een zorgvraag komen met AI-teksten naar het overleg. De feiten staan er telkens met bron bij — de duiding voor Vlaanderen is onze interpretatie.
1. EU: de Commissie stelt de KIDS Act voor, met een minimumleeftijd van 15 voor sociale media en ontwerpregels voor AI-chatbots die minderjarigen gebruiken. De Europese Commissie keurde op 17 september het voorstel voor een EU KIDS Act goed (“EU Keeping Internet Digital Spaces Accountable and Trustworthy”), een verordening voor de bescherming van minderjarigen online (Europese Commissie, persbericht 17 september). Het voorstel verbiedt socialemedia-accounts onder 13 jaar, voorziet in accounts onder ouderlijk toezicht voor 13- en 14-jarigen (met een dagelijkse tijdslimiet van maximaal één uur) en legt een EU-brede minimumleeftijd van 15 vast om zelfstandig een account te openen; zelf ingevulde geboortedata volstaan niet meer, leeftijd moet via gecertificeerde tools worden gecontroleerd (Commissie, vragen en antwoorden). Ook AI-chatbots en “AI companions” die voor minderjarigen toegankelijk zijn vallen onder het voorstel: ze mogen geen ontwerp gebruiken dat menselijke relaties simuleert op een manier die emotionele afhankelijkheid kan creëren, mogen standaard geen eerdere gesprekken van een kind meenemen naar latere sessies, moeten vooraf op risico’s voor kinderen getest worden, en zijn voor kinderen onder 13 alleen via ouderlijke controle beschikbaar. De handhaving voor chatbots loopt via de AI-verordening, boetes kunnen oplopen tot 6 procent van de wereldwijde omzet, en het voorstel moet nu nog door de lidstaten en het Europees Parlement (eunews, 17 september).
Wat betekent dit voor Vlaanderen? De Vlaamse discussie over leeftijdsgrenzen voor sociale media en AI kreeg tot nu toe vooral ministeriële verklaringen en visieteksten als ruggensteun; dit is de eerste keer dat er een concrete Europese wettekst op tafel ligt, met leeftijden en handhaving erbij. Voor scholen zijn twee dingen relevant. Ten eerste raakt de regel over geheugen en emotionele afhankelijkheid rechtstreeks aan de “AI-maatjes” en huiswerkchatbots die leerlingen buiten de school gebruiken, en waar de UNESCO-verklaring van vorige week al voor waarschuwde. Ten tweede is de tekst nog een voorstel: de onderhandelingen duren maanden, en of en hoe educatieve toepassingen worden afgebakend is precies het soort detail dat de Vlaamse onderwijskoepels en het Departement Onderwijs nu via de Belgische vertegenwoordiging kunnen beïnvloeden. Wie in een school vandaag een chatbot inzet voor leerlingen jonger dan 15, doet er goed aan nu al te checken of die tool gesprekken bewaart en of dat uit te zetten is.
2. VS: Microsoft en de lerarenvakbond AFT sluiten een juridisch bindende “National AI Safety & Privacy Standard” voor scholen. Op 9 september kondigden de American Federation of Teachers (AFT), haar New Yorkse afdeling UFT en Microsoft-voorzitter Brad Smith een gezamenlijke standaard aan die Amerikaanse schooldistricten rechtstreeks in hun Microsoft-contract kunnen opnemen, waardoor ze contractueel afdwingbaar wordt (Microsoft, persbericht 9 september). Kern: data van leerlingen en leraren worden niet gebruikt om AI-modellen te trainen, niet verkocht en niet hergebruikt; AI mag geen beslissingen nemen zonder menselijk toezicht; scholen houden controle over wanneer en hoe AI wordt ingezet; en bedrijven moeten ouders in begrijpelijke taal uitleggen hoe hun tools werken en welke data ze verzamelen. Het akkoord verbiedt ook AI-functies die “emotionele gehechtheid of afhankelijkheid” willen kweken of leerlingen langer bezig houden dan de leertaak vraagt, vereist externe audits, en geldt volgens Microsoft vanaf 1 november voor al zijn Amerikaanse schoolcontracten (Euronews, 15 september). OpenAI en Anthropic zeggen met de vakbond over gelijkaardige afspraken te praten; Google, in de VS de grootste leverancier van onderwijstechnologie, heeft zich nog niet uitgesproken. Josh Golin van de kinderrechtenorganisatie Fairplay waarschuwt dat scholen een goed privacy-akkoord niet mogen lezen als een aansporing om de tool dan maar te gebruiken.
Wat betekent dit voor Vlaanderen? Wat hier opvalt is niet de inhoud van de regels, want de meeste zitten in Europa al in de AVG en de AI-verordening, maar het mechanisme: een vakbond die een contractclausule onderhandelt die elke school kan overnemen, met audits en schadevergoeding als stok achter de deur. In Vlaanderen ligt die rol eerder bij de onderwijskoepels en bij het Departement Onderwijs, dat via raamcontracten en de Digisprong al grote afnemer is van diezelfde platformen. Een Vlaamse “standaardclausule AI” voor schoolcontracten, met dezelfde vier punten (geen training op leerlingdata, menselijk toezicht, controle bij de school, uitleg voor ouders), zou een concrete manier zijn om de AI-verordening voor scholen hanteerbaar te maken zonder dat elke ICT-coördinator zelf de kleine lettertjes hoeft te lezen. Dat België nog altijd geen toezichthouder voor de AI-verordening heeft aangeduid, maakt zo’n contractuele weg alleen maar relevanter.
3. VS: onderzoekers zaten zes maanden naast leerlingen en vonden dat algemene chatbots het denken het meest bedreigen en gerichte tools het meest opleveren. De Amerikaanse non-profit Instruction Partners publiceerde deze week de eerste bevindingen van zijn “AI in Action Learning Tour”: een half jaar observatie in 16 schoolsystemen in zeven staten, met interviews met meer dan 100 leraren, schoolleiders en edtech-CEO’s (The 74, 17 september). Ze bekeken twintig AI-producten voor leerlingen in drie categorieën: algemene chatbots (ChatGPT, Claude, Gemini), onderwijsplatformen (Brisk, MagicSchool, Google Classroom, Playlab) en gerichte instructietools (Khanmigo, Quill, Amira). Hun conclusie: de algemene chatbots vormen de grootste bedreiging voor het denkwerk van leerlingen, de platformen leveren wisselende resultaten afhankelijk van hoe de leraar ze inzet, en de gerichte tools gaven de meest consistente leerervaringen. Ze zagen leerlingen die apps omzeilden via de refresh-knop, gedetailleerde schrijffeedback negeerden, of “boekjes maakten zonder ze te lezen”; tools die samenwerking mogelijk maakten deden het beter dan tools voor solo-gebruik. Slechts zeven van de twintig producten hebben onafhankelijk onderzoek naar leeruitkomsten; het team wil deze winter dertig extra producten bekijken en gaat samenwerken met het AI in Education Lab van Stanford.
Wat betekent dit voor Vlaanderen? Dit is geen gerandomiseerde studie en de auteurs claimen dat ook niet, maar het is een zeldzaam stuk veldwerk dat kijkt naar wat leerlingen met AI doen in plaats van wat de demo belooft. Voor Vlaamse scholen sluit het aan bij het MAIVO-onderzoek dat we twee weken geleden bespraken: AI is in de klas aanwezig, maar verkennend en informeel, en dat is precies de situatie waarin een algemene chatbot het denkwerk overneemt. De praktische les is er een over aankoopbeleid: “AI-tool” is geen categorie. Een school die een keuze maakt, kan zichzelf drie vragen stellen die uit dit rapport komen: doet de tool iets dat een leraar alleen niet kan (directe feedback, overzicht van een hele klas), is er onafhankelijk bewijs, en wat gebeurt er als leerlingen de tool proberen te omzeilen? Ook de waarschuwing over het automatisch “vereenvoudigen” van leesteksten, dat een permanente lagere stand kan worden in plaats van een brug naar het niveau van de klas, verdient een plaats in elke vakgroep Nederlands.
4. VS: ouders komen met AI-teksten naar het overleg over leerlingen met een zorgvraag, en scholen zoeken hoe ze daarop reageren. EdSurge beschrijft hoe Amerikaanse ouders AI gebruiken om zich voor te bereiden op IEP-vergaderingen, het overleg over het individueel onderwijsplan van een leerling met een beperking of leerstoornis (EdSurge, 11 september). Ouders laten het jargon van het plan in gewone taal vertalen, laten vragen formuleren, zoeken hun rechten op en schrijven thuisdoelen die aansluiten bij de schooldoelen. Leraren en experts zien daar voordelen in, ouders worden een volwaardiger teamlid, maar ook risico’s: sommige AI-bijdragen lopen op tot 20 of 30 pagina’s vol juridische taal, wat een leraar een hele dag leeswerk kost, en de output klopt niet altijd. Elizabeth Laird van het Center for Democracy and Technology waarschuwt dat ouders geen medische diagnoses of identificeerbare documenten in een AI-tool mogen plakken, en pleit ervoor dat leraren en ouders de AI-output samen bespreken. De teneur bij de bevraagde onderwijsprofessionals: verplichte melding van AI-gebruik is niet haalbaar, maar leraren kunnen het zelf voordoen (“wij zijn niet tegen AI, maar we appreciëren transparantie, en dit is waarom”).
Wat betekent dit voor Vlaanderen? Het Vlaamse equivalent bestaat: het overleg met ouders rond een individueel aangepast curriculum, een gemotiveerd verslag of een handelingsplan in het buitengewoon en het inclusief onderwijs, met CLB en ondersteuningsnetwerk aan tafel. Dat ouders ChatGPT gebruiken om een verslag te begrijpen of vragen voor te bereiden, gebeurt hier vermoedelijk ook al, en dat is op zich goed nieuws voor ouders die het jargon van het M-decreet en het leersteundecreet niet machtig zijn. De twee lessen uit het Amerikaanse stuk zijn direct overdraagbaar. Zorgcoördinatoren en CLB-medewerkers kunnen ouders actief wijzen op wat er wel en niet in een chatbot thuishoort, want een diagnoseverslag in een gratis AI-tool plakken is een privacyrisico dat ouders zelden zien. En scholen kunnen zelf het goede voorbeeld geven door open te zijn over hun eigen AI-gebruik bij het opstellen van verslagen en plannen; wie transparantie vraagt, moet ze ook bieden.
Vorige editie gemist? Je vindt ze hier: Internationaal samengevat, week 37.
Volgende week een nieuwe editie. Suggesties voor bronnen die we moeten volgen? Open een issue op GitHub.